Positie bovenlichaamHet instellen van de positie met het bovenlichaam is een van de moeilijkste instellingen van de fietspositie. Het instellen van de juiste front-end reach (horizontale bracket-stuur afstand) en zadel-stuur hoogteverschil is namelijk afhankelijk van heel veel andere factoren. Zo kan een zadelhoogte door middel van een statische analyse (uitsluitend nemen van lichaamsmaten), redelijk benaderd worden.
Echter, de positie met het bovenlichaam is, buiten de lengte van de torso en de armen, met name afhankelijk van het functioneren van het bekken, de rug en de spierlengten. Wat veel mensen niet weten is dat het bekken geen star geheel vormt, maar 3 gewrichten heeft. De beweging van het bekken is een zeer complexe. Hetzelfde geldt voor de wervelkolom. De een is van nature minder mobiel dan de ander. Daarnaast kunnen ook bepaalde afwijkingen gedurende het leven ontstaan, die de rug in zijn functie beperken. Denk bijvoorbeeld aan een hernia, artrose en fracturen. Verder speelt ook de positie van het lichaamszwaartepunt een rol. Ligt dit te ver naar voren, leidt dit tot een te zwaardere belasting van de armen en de lage rug, maar kan dit ook het rijgedrag van de fiets beïnvloeden. Dit doordat te veel gewicht op voorwiel rust. Hierdoor wordt de fiets vaak onrustig bij hoge snelheden. Bochten en remmen in afdalingen kan dan tot problemen leiden. De positie met het bovenlichaam kan daarom uitsluitend worden bepaald aan de hand van een lichamelijk onderzoek en een analyse op de eigen fiets. Deze positieinstelling bepaald dus niet alleen het comfort op de fiets, maar ook deels de rijeigenschappen van de fiets. |