ZadelhoogteDe zadelhoogte is de belangrijkste factor in de fietsafstelling. De zadelhoogte is voor het grootste deel bepalend voor de gewrichtshoeken van heup, enkel en knie. Onderzoek heeft dan ook aangetoond dat de instelling van de zadelhoogte, vergaande energetische consequenties heeft. De efficiëntie waarmee de spierkracht kan worden overgebracht, is met name afhankelijk van de spierlengtes. Rond deze optimale spierlengte kan het meest efficiënt kracht worden ontwikkeld.
Een spier kan de meeste kracht ontwikkelen, indien deze 20% gerekt wordt t.o.v. de rusttoestand. In het verleden zijn er een aantal methoden ontwikkeld voor het bepalen van de zadelhoogte. Zo kan men heel eenvoudig de zadelhoogte berekenen door de binnenbeenlengte te vermenigvuldigen met 0.885. Het betreft dan de afstand van het hart van de trapas tot de bovenkant van het zadel. Beperking is dat de cranklengte, zooldikte van de schoen en de pedaalhoogte niet verdisconteerd zijn in deze hoogte. Uit een zeer uitgebreid onderzoek van Gonzales en Hull uit 1989, werd met behulp van een multivariate analyse vastgesteld dat de optimale zadelhoogte 100% van de throchantor hoogte is. De throchantor major is een botuitsteeksel aan de buitenkant van de heup. Het betreft de lengte van pedaal t/m de bovenkant van het zadel. De exacte positie van de throchantor is echter zonder röntgenfoto’s vrij moeilijk te bepalen. Verder is ook hier de pedaalhoogte en zooldikte van de schoen niet verdisconteerd in de totale zadelhoogte. De meest betrouwbare methode is, gebruik te maken van een dynamische analyse waarin zowel zadelhoogte als zadel setback worden geanalyseerd. Deze factoren hebben beide invloed op elkaar. Onder invloed van de trapfrequentie en de weerstand, veranderen de gewrichtshoeken van knie, heup en enkel. De eerder genoemde bepalingswijzen zijn statische methoden. Deze gaan slechts uit van gemiddelde waardes, maar houden geen rekening met hoe het lichaam reageert tijdens fietsen.
|