n w   

baner
Position: Home | Fietspositie | Trapfrequentie
large small default
PDF Afdrukken

Trapfrequentie

Onderzoek heeft aangetoond dat de trapfrequentie, de neuromusculaire vermoeidheid in de spieren van de onderste extremiteiten beïnvloed. Een hogere trapfrequentie zorgt ervoor, dat er minder klacht op de pedalen hoeft worden gebracht. Dit leidt tot een lagere gewrichtsbelasting en draagt daardoor tevens bij aan het voorkomen blessures. De trapfrequentie bepaald op z'n beurt weer, welke spiervezels worden gebruikt tijdens fietsen. Bij hogere trapfrequenties worden er meer type 1 (slow twitch fibers) ingezet.

Deze vezels hebben een lagere maximaalkracht, maar zijn, door hun goede oxidatieve vermogen, beter bestand tegen langdurige belasting. De verhouding tussen type I en type II (fast twitch fibers) vezels is, naast genetische factoren, ook gerelateerd aan het aantal jaren van duurtraining. Echter, een hogere trapfrequentie gaat wel gepaard met een hoger energieverbruik. Door de hogere trapfrequentie moeten de benen met een hogere snelheid worden bewogen. Hierin speelt uiteraard ook de traagheid veroorzaakt door het gewicht van het been een rol. Hoe groter de massa, hoe groter de traagheid van deze massa. Eenmaal op snelheid, is er meer kracht nodig om deze massa af te remmen. Uiteraard bestaat er een optimum. De optimale trapfrequentie van goed getrainde renners, die getest werden onder laboratorium omstandigheden, bleken rond de 90-100 RPM te liggen. Echter, de trapfrequentie is erg afhankelijk van de kracht die moet geleverd worden. Bergop en wind in, worden doorgaans lagere trapfrequenties gereden. Overigens hanteren goed getrainde renners een hogere trapfrequentie dan minder getrainde renners. Zij hebben eveneens, een op spierniveau meer uitgesproken coördinatief vermogen voor de fietsbeweging. Fietsen is dus niet alleen maar hard op de pedalen stampen. Er komt een stukje coördinatief vermogen om de hoek kijken. Verder is de trapfrequentie ook gerelateerd aan de cranklengte.